Druk op enter om de resultaten te tonen of ESC om te annuleren.

Israël

Hoofdstuk 2 

Een stukje geschiedenis.

Als we teruggaan in de geschiedenis van het volk van Israël, en wel tot de tijd van David, en daarna de tijd van Salomo, dan zien we, dat er toen twaalf stammen waren.
Door wat er in de woestijn gebeurd was, waren de stammen iets anders gerangschikt, dan dat je uit de twaalf zonen, van Jakob mocht verwachten, en wel als volgt;

De zonen van Jakob (Israël) waren;

Ruben, Simeon, Levi, Juda, Zebulon, Issakar, Dan, Gad, Aser, Naftali, Josef en Benjamin. (zie Genesis 49)
Uit deze zonen, en hun nageslacht is het volk Israël ontstaan.

Later was Jakob van wegen een hongersnood in Kanaän, met zijn familie uit Kanaän naar Egypte gegaan, om daar te overleven.

Josef was door Gods hand, vooruit gestuurd, en redde zodoende ook zijn eigen familie van een hongersnood.

Honderden jaren later echter, werd het volk Israël onderdrukt door de Farao van Egypte.  Na ca. 400 jaar leidde God hun door de hand van Mozes (uit de stam Levi), uit de verdrukking van Egypte, en bracht ze via de woestijn naar het beloofde land.

In de woestijn kreeg het volk van Israël, de rechtvaardige leefregels van God, waarvan de tien geboden, de bekendste zijn.

Door bepaalde gebeurtenissen in de woestijn, was Levi uitverkoren om de tempeldienst te doen.  Daarvoor werd de stam Levi, apart gezet.  De broer van Mozes, Aäron (ook uit de stam Levi) en zijn nageslacht werd uitverkoren, te gaan behoren tot het priesterlijk geslacht.

Doordat de stam Levi appart was gezet voor de eredienst in de tempel, werden de twee zonen van Jozef, Efraïm en Manasse gerekend tot de twaalf stammen, waarover het land Kanaän werd verdeeld.

De verdeling werd toen:

Ruben, Simeon, Juda, Zebulon, Issakar, Dan, Gad, Aser, Naftali, (Josef) Efraïm, Manasse en Benjamin.

En Levi was appart gezet.

Vóór het binnentrekken van het beloofde land, kreeg het volk van Israël nogmaals deze leefregels door Mozes voorgehouden in het boek ‘Deuternomium”.

In de tijd die daarop volgden, werd het volk van Israël, eerst gericht door diverse personen, beschreven in het boek ‘Richteren’, en nadat zij om een koning hadden gevraagd, werden zij geleid door koningen, waarvan Saul, David, en Salomo de bekendste zijn. (zie de boeken Koningen I en II en Kronieken I en II)

Na Salomo werd het volk van Israël in tweeën gesplitst, het noordelijke stammen rijk en het zuidelijke stammen rijk. Het noordelijke stammen rijk werd Israël genoemd, en het zuidelijke stammen rijk werd Juda genoemd.

Om de situatie van nu goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk, de verschillende fase van het volk van Israël onder de loep te nemen.

We volgen daarvoor de Bijbel, en wel speciaal op het ontstaan van de twee “huizen”,  te weten het huis Juda, en het huis Israël. Als we hier goed inzicht in hebben, dan zijn de diverse teksten en/of profetieën die te maken hebben, met de twee verschillende “huizen” beter te volgen.

2 Sam. 2 : 4 + 10 En de mannen van Juda kwamen en zalfden David daar tot koning over het huis van Juda. Toen men David meedeelde, dat de mannen van Jabes in Gilead Saul hadden begraven, 10 Isboset, de zoon van Saul, was veertig jaar oud, toen hij koning werd over Israël, en hij regeerde twee jaar. Slechts het huis van Juda volgde David.

11 De gehele tijd, dat David te Hebron koning was over het huis van Juda, was zeven jaar en zes maanden.

We zien dat al in de overgangsfase van koning Saul naar koning David, er gesproken wordt van Juda en Israël.

En verder in;

2 Sam. 3 : 10

…….het koningschap aan het huis van Saul ontnemen en de troon van David oprichten over Israël en over Juda, van Dan tot Berseba. 2 Sam. 5 : 4+5 4 Dertig jaar was David oud, toen hij koning werd; veertig jaar heeft hij geregeerd. In Hebron heeft hij zeven jaar en zes maanden geregeerd over Juda, en in Jeruzalem drieëndertig jaar over geheel Israël en Juda. Dus nog voor de tijd van Salomo, word er al gesproken van Israël en Juda, als twee aparte delen van het koningrijk.

En dan in 1 Kon. 11 : 30-34;30 En die beiden waren alleen op het veld. Toen greep Achia de nieuwe mantel die hij droeg, en scheurde die in twaalf stukken;  31 Hij zeide tot Jerobeam: Neem voor u tien stukken, want zo zegt de Here, de God van Israël: zie,
Ik ga het koninkrijk van Salomo afscheuren, en Ik geef u de tien stammen, (Maar een stam zal voor hem zijn, ter wille van mijn knecht David en van Jeruzalem, de stad die Ik uit alle stammen van Israël verkoren heb),

En in 1 kon. 11 : 4 staat ook de reden waarom dit gebeurde; Het geschiedde namelijk, toen Salomo oud geworden was, dat zijn vrouwen zijn hart meevoerden achter andere goden, zodat zijn hart de Here, zijn God niet volkomen was toegewijd gelijk dat van zijn vader David.
Daarna lezen we in 1 koningen en in 2 koningen, alsook in 1 kronieken als ook in 2 kronieken hoe het verder gaat met de twee “rijken”;  Het noordelijk koninkrijk, bestaande uit;Efraïm, Manasse, Issakar, Zebullon, Aser, Naftali, Dan, Gad, Ruben en Simeon.

En het zuidelijk koninkrijk bestaande uit;Juda en Benjamin. De stam Levi, was verdeeld over zowel het zuidelijk, alsook over het noordelijk stammenrijk, omdat zij zich bezig hielden met de geestelijke zaken, ten behoeve van alle stammen.
Helaas vervielen alle stammen in dezelfde fout, namelijk dat ze ook meer en meer zich bezig hielden met vreemde goden.

Vooral het noordelijk koninkrijk was na Salomo bezig onze God te krenken, door zich bezig te houden met vreemde goden, die geen goden zijn. Een van de bekendste koning was Achab, die getrouwd was met Izebel, de dochter van Etbaäl, de koning van de Sidoniërs, zo lezen we in 1 Kon. 16 : 29-32.
Hij ging de afgoden dienen, de Baäl, en hij boog zich neer, voor een god van hout en steen gemaakt, een god die geen god is.

Vele malen werden de Israëlieten door God gewaarschuwd, vooral van deze verkeerde weg terug te komen. Alleen ze luisterden niet.Uiteindelijk hield in het jaar 3426 (3491) het noordelijk stammenrijk op te bestaan.

Ze werden over de volkeren verstrooid, zoals men zand door een zeef heen schut, en er geen herkenbaar deel van over bleef.

Amos 9 : 9
Want zie, Ik geef bevel, en Ik schud het huis van Israël onder al de volken, gelijk men met een zeef schudt, en geen steentje zal ter aarde vallen.

Maar ook het zuidelijk stammenrijk Juda zondigde, door zich bezig te houden met afgoderij, en hun God de rug toe te keren. In Jer. 3 : 8+9 zegt God, door de profeet Jeremia tot Juda; “8 Maar Ik zag, toen Ik Afkerigheid, Israël, ter oorzake van haar echtbreuk, verstoten en haar de scheidbrief gegeven had, dat haar zuster, Trouweloze,Juda, zich niet liet afschrikken, maar heenging en eveneens ontucht pleegde;

9 En door haar lichtvaardig gepleegde ontucht ontwijdde zij het land; ja, zij bedreef overspel met steen en met hout.
10 En boven dit alles bekeerde haar zuster, Trouweloze, Juda, zich niet tot Mij met haar gehele hart, maar alleen in schijn, luidt het woord des Heren.

Nadat het noordelijk stammenrijk was gestraft door God, en was weggestuurd uit het beloofde land, en Juda dat zag, bekeerde zij zich niet. Uiteindelijk besluit God, dat ook zij niet langer in het beloofde land mochten blijven, en werden ze in ballingschap weggevoerd.
Dit gebeurde in drie fasen.  Het eerste deel werd naar Egypte afgevoerd in het jaar 3556 (3621), en de rest werd in twee fasen weggevoerd naar Babylon, resp. in het jaar 3567 (3632) en in het jaar 3578 (3643), 2 kon. 25 : 2, werd het laatste deel uit het beloofde land weggevoerd.

In het jaar 3637 (3702) keerde precies 70 jaar later (na 3567), (2 kron. 36 : 21) onder leiding van Ezra een deel van de “joden” (bestaande uit Juda en Benjamin) terug,

Ezra 1 : 1+5.
Ezra 1 : 5 Toen maakten de familiehoofden van Juda en Benjamin, ook de priesters en de Levieten, zich gereed, allen wier geest God had gewekt om op te trekken teneinde het huis van de Here, die in Jeruzalem woont, te bouwen. We zien hier, dat alleen de stammen Juda en Benjamin terugkeerden naar Kanaän. En natuurlijk ook de priesters en de Levieten, die tot de stam Levi behoren.

Wordt vervolgd;

——————————————–xxxxxxx——————————————–

Hoofdstuk 3

Verzamelde teksten;

1 Sam. 18 : 15+16, 2 Sam. 2 : 4+10, 2 Sam. 3 : 10 Isr. en Juda, 2 Sam. 5 : 4+5, 2 Sam. 12 : 8, 2 Sam. 24 : 2,

1 kon. 4 : 20+9, 2 Kon. 30 : 8+9, 2 kron. 34 : 6+9,

2 Kron. 34 : 33 + 1 kon. 22 :  ,

spreuk. 29 : 18,

Jes. 8 : 23, Jes. 10 : 12+13, Jes. 10 : 20-23, Jes. 11 : 11+12, ..de verstrooide dochters van Juda, Jes. 11 : 14, Jes. 12 overwinning, Jes. 42, Jes. 48 :1 e.v. de huidige joden in Israël, Jes. 55 : 5 !, Jes. 58+59+60 Jisreël, Jes. 63 : 8,

Jer. 3 Israël zuster Juda, Jer. 3 : 8, Jer. 3 : 11 afkerigheid Israël, Jer. 3 : 14 één uit een stad, Jer. 3 : 16 + Jer. 3 : 18 niet meer (spreken) denken aan de ark van het verbond des Heren.

Jer. 3 : 18 < Zach. 12 : 10, Jer. 3 : 17+18, Jer. 8 :8, Jer. 16 : 17, Jer. 23 : 7+8, Jer. 23 : 14 samen Isr. + Juda, Jer. 30, Jer. 30 : 3 e.v., Jer. 31, Jer. 31 : 7-10, Jer. 31 : 12 !!, Jer. 31 : 31, Jer. 33 : 7, Jer. 36 : 2,

Eze. 28 : 24-26, Ezechiël, Eze. 36 : 22-31, Eze. 37, Eze. 39 : 25-29,

Hos. 1 : 9-12 < Jer. 3 : 6 : 14, Hos. 3 : 4+5, Hos. 4 : 6 volk te gronde < spreuken 29 : 8 waar geen openbaring is gaat een volk ten gronde (eng. vert.)

Amos 3 : 7, Amos 9 : 9,  1 Micha 1 : 1 Zach. 12 : 10 Math. 4 : 14, Math. 11 : 12, Joh. 11 : 52, Hand. 15 : 16, Hand. 16 : 3,

Rom. 9 : 25, 2 Kor. 11 : 22 Hebr.+Isr. is Jer 31 : 31 – 34,

Hebr. 8 : 8b-13 e.v. o.a. 15 Nieuw verbond,

Openb. 7 : 4-8,

Uitwerking van de verzamelde teksten

1 Sam. 18 : 15+1615 Toen zag, dat hij zeer voorspoedig was, werd hij bang voor hem;16 Maar geheel Israël en Juda hadden David lief, daar hij aan het hoofd van hen uittrok en terugkwam.

2 Sam. 2 : 4+10
4 En de mannen van Juda kwamen en zalfden David daar tot koning over het huis van Juda. Toen men David meedeelde, dat de mannen van Jabes inGilead Saul hadden begraven, 10 Isboset, de zoon van Saul, was veertig jaar oud, toen hij koning werd over Israël, en hij regeerde twee jaar. Slechts het huis van Juda volgde David.

2 sam. 3 : 10
10 Het koningschap aan het huis van Saul ontnemen en de troon van David oprichten over Israël en over Juda, van Dan tot Berseba.

2 Sam. 5 : 4+5
4 Dertig jaar was David oud, toen hij koning werd; veertig jaar heeft hij geregeerd.
5 In Hebron heeft hij zeven jaar en zes maanden geregeerd over Juda, en in Jeruzalem drie en dertig jaar over geheel Israël en Juda.

2 Sam. 12 : 8
8 Ik heb u gegeven het huis van uw heer, en de vrouwen van uw heer in uw schoot. Ik heb u gegeven het huis van Israël en Juda. En indien dat te weinig geweest was, dan had Ik u nog wel meer gegeven.

2 Sam. 24 : 2
2 Toen zeide de koning tot de legeroverste Joab, die bij hem was: Doorkruis al de stammen van Israël * van Dan af tot Berseba toe; telt het volk, opdat ik het getal van het volk wete.

1 Kon. 4 : 2020

Juda en Israël waren talrijk als het zand aan de zee in menigte; zij aten en dronken en waren blijde.


Wordt vervolgt

———————————–xxxxxxx———————————–

Hoofdstuk 4

Nadere beschouwing verstrooiing Huis Israël, en terugkeerw

 

schema

Zie schema, Juda en Israel.

Israel, werd van wegen afgoderij (ll Kon.17:7:23) verstrooid over de gehele aarde, en wel als volgt;
De verstrooiing gebeurde in drie fasen.

Gad, Ruben en de halve stam Manasse, aan de oostzijde van de Jordaan gingen als eerste.
ll Kon 10:32 en 33.

Naftali en Aser? werden daarna afgevoerd. ll Kon. 15:29.

De overige stammen, Zebulon, Issachar, Efraïm, 1/2 stam Manasse, Dan en Simeon (Levi) volgde daarna.
ll Kon. 17:6.

Daarvoor in de plaats, kwamen vreemde volkeren, Kuta, Awwa, Hamat en Sefarwaïm, in het land Israēl wonen en wel in Samaria. ll Kon. 17:24-41.

En hoe ging het verder met Israël?

Amos 9:9
Want ziet, Ik geef bevel, en Ik schud het huis van Israël onder al de volken, gelijk men met een zeef schudt; en geen steentje zal er ter aarde vallen.

Terugkeer.

Terugkeer van het huis >Israël

Jes. 27:12
(Staten vertaling) En het zal te dien dage geschieden, dat de HEERE dorsen zal, van den stroom der rivier af tot aan de rivier van Egypte; doch gijlieden zult opgelezen worden, één bij één, o gij kinderen Israëls!

Jes. 27:12
(NBG vertaling) Maar het zal te dien dagen geschieden, dat de Here de aren zal dorsen van de Rivier af tot de
Beek van Egypte toe, en gij zult ingezameld worden één voor één, kinderen Israëls.

Jer. 3 : 14 Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des Heren, want Ik zal u nemen, één uit een stad, en twee uit een geslacht, en u brengen te Sion, en Ik zal u herders naar uw hart geven, die u zullen weiden met kennis en verstand.

(Jer. 3 : 16 + Jer. 3 : 18 niet meer (spreken) denken aan de ark van het verbond des Heren.)

Hos 1:10-12
Eens echter zullen de kinderen Israëls (1o stammen) wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet-zullen ze genoemd worden; kinderen van de levende God.
Dan zullen de kinderen van Juda en de kinderen van Israël zich bijeenscharen, één hoofd over zich stellen, en optrekken uit het land, want groot zal de dag van Jizreël zijn.
Zegt tot uw broeders; Ammi, en tot uw zusters; Ruchama.

Wordt vervolgt.