Druk op enter om de resultaten te tonen of ESC om te annuleren.

Israël

 Juda en Israël.

Opzet

Algemeen;  God spreekt, Praktijk, het Woord.

Verzamelde Bijbelteksten,   Zie eind

Boek opzet; Persoonlijke ervaringen, een stukje geschiedenis, toepassing van het woord op de huidige tijd.

Verder;  duidelijk maken, dat er sprake is van Israël, zijnde alle twaalf stammen van Israël, en van het koninkrijk (huis) Israël – tien stammen, en Juda – twee stammen. Verder wordt soms gesproken over Jakob, waarmee bedoeld wordt, de twaalf stammen van Israël, en soms wordt gesproken over Efraïm, waarmee bedoeld wordt de tien stammen van Israël.

_________________________xxxxxxx______________________________

Ook stilstaan, bij de terugkeer van de tien stammen van Israël. Jeremia 3:14.
Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des Heren, want Ik ben Heer over u;
Ik zal u nemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en u brengen te Sion.

_________________________xxxxxxx______________________________

Hoofdstuk 1

Zolang ik mij kan herinneren, had ik al in mijn jeugd, een voor mij onverklaarbare ‘passie’ voor het Joodse volk.
Ik wist absoluut niets van het Joodse volk. Ik was in Indonesië opgegroeid, en mijn beide ouders hadden het er nooit over.

Ik had mijn eigen oorlogsverleden in het verre Indië. Mijn eerste levensjaren, had ik in een Jappenkamp doorgebracht en daar had ik een overlevingsmechanisme ontwikkeld.
Deze bestond daaruit, dat ik een onaangename gebeurtenis onmiddellijk blokkeerde in mijn geheugen. Heel mijn jeugd, (en ook mijn latere leven, tot 1995) leefde ik in een roes.

In mijn jeugd, , werkte ik in een van mijn schoolvakanties als verkoper, bij V&D.
Daar werkte ook een Joods meisje. Ik maakte kennis met haar, en voelde dat als een ongelooflijke eer. Ik zag haar niet alleen als mens, maar ik zag heel erg tegen haar op, omdat ze Joods was.

Ik was in die tijd absoluut niet op de hoogte van de holocaust.
Ook was het sociale leven aan mij voorbij gegaan.
Ik voelde mij daarom heel erg onhandig, en daar kwam nog bij, dat ik door mijn katholieke achtergrond, mijn tienertijd, op een jongensschool had doorgebracht

Toch wist ik zeker, dat ik het iets bijzonders vond, en dat het voor mij een eer was, om kennis te maken of om te gaan met Joodse mensen.
Doordat ik zo onzeker was, is het niets geworden tussen haar en mij.

Van 1995 tot 2002, (2007) werkte de Heer aan mijn herstel. Hij deed dat op vele manieren, maar vooral door gebed tijdens vele genezings conferenties.

In augustus 1998 gebeurde er iets heel bijzonders.

Er werd toen ook voor mij gebeden en op een zeker moment zei een van de beide dames, die voor mij bad, dat ze door kreeg van de Heer, dat ik tot, één van de verloren stammen van Israël zou behoren, en volgens haar tot de stam Zebulon. Ik werd daarbij ook zelf heel erg aangeraakt door de Heer, die het op die manier als ware bevestigde.

Na de conferentie durfde ik het aan niemand te vertellen, en leefde ik tussen hoop en vrees. Ik hoopte dat het waar was, wat er geprofeteerd was, maar ik wist niet hoe ik kon bewijzen, dat het waar was.

Ik kreeg in mijn gedachte om door middel van mijn stamboom te bewijzen, dat ik van Israëlische afkomst was. Maar hoe moest je dat  bewijzen, en wat als het niet waar was.
Ik moest er niet aan denken.
Ik wilde er zo graag bij horen, en ik was bang dat het niet waar was.

Enkele maanden later, het was in oktober (16 tot 18 okt.), van hetzelfde jaar, dat ik vrij onverwacht, naar een conferentie in de Bron in Dalfsen ging. Daar zou gesproken worden over gezond eten volgens de Bijbel. De lezing werd gegeven worden door het echtbaar Gordon en Laura Tessler, uit Amerika.

Op een vrijdagavond, droeg Gordon, een keppeltje, en zei dat hij dat deed vanwege zijn geloof.
Aan het einde van de cursus, waarbij ik tijdens de cursus, veel van Gods liefde ervoer, gaf Gordon te kennen, dat wat hem betreft, we wel wat dichter bij mochten komen, en zo meer met elkaar konden praten.

Ik vertelde toen, dat ik een aantal maanden daarvoor had begrepen, door een profetie, dat ik tot de stam Zebulon zou behoren.
Hij zei toen, dat hij ook tot de stam Zebulon behoorde.
Ik was geheel verbaasd.

Later bad hij ook nog voor mij, en de Heer liet hem zien wat voor leed er in mijn leven was gebeurd, en hij moest tijdens het gebed huilen.

Ik sprak daar ook nog iemand uit Amsterdam, en hij vertelde, dat het Joods verkeersbureau, mij eventueel verder zou kunnen helpen, met het uitzoeken van mijn stamboom.
Ik bleef een weerstand houden om daar naar toe te gaan, en ik deed dan ook verder niets.

Vanaf 1998, toen de Heer eindelijk mijn hart kon bereiken, kon ik thuis gedurende langere tijd, mijn stille tijd houden. Ik las daarbij veel in de bijbel. Dit deed ik tegen mijn gewoonte in, volgens een vast schema. Door dit zo te doen kreeg ik een beter inzicht in bepaalde verbanden van de bijbel en met name in de geschiedenis van het ‘Joodse volk’.

Op een bepaald moment, las ik in Hosea 1 : 10-12  (zie ook Jer. 3 : 6-12)

Hosea 1 : 10-12
10 Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet, zullen zij genoemd worden kinderen van de levende God. (Rom. 8 : 15,16 en 17)
11 Dan zullen de kinderen van Juda en de kinderen van Israël zich bijeenscharen, Eên hoofd over zich stellen, en optrekken uit het land; want groot zal de dag van Jizreël zijn.
12 Zegt tot uw broeders: Ammi, en tot uw zusters: Ruchama.

Nadat ik Hosea 1 : 10-12 gelezen had, dacht ik, dat gaat over mij. Ik was bang, dat de Joden ( behorende tot de stam Juda en Benjamin) mij niet zouden erkennen als hun volk, en dat ik daarom geen schijn van kans zou maken, om erbij te horen.

Door het regelmatig lezen van de bijbel, en de verbanden die daardoor naar voren kwamen, begreep ik deze tekst. Ik stond er daarvoor niet bij stil, dat als we het over het huidige Israël hebben, we alleen over de stammen Juda, Benjamin, en Levi spreken. Oorspronkelijk bestond Israël uit twaalf stammen, n.l.Ruben, Simeon, Levi, Juda, Dan, Naftali, Gad, Asher, Issachar, Zebulon, Josef, en Benjamin, alle zonen van Jakob. Daarvan waren nu anno 2001, ‘slechts’ twee stammen weder gekeerd, n.l. Juda en Benjamin. Daarnaast nog overlevenden van de stam Levi. En ook nog overlevende van het geslacht van Aäron, het priesterlijk geslacht, welke ook tot de stam Levi behoren.

Uit een gesprek met Uzzi, een Joodse professor in de Joodse feesten, begreep ik dat dit voor de Joden ook een probleem is, en dat er voor zover het Uzzi bekend was, dat er op dat moment (1997), volgens Uzzi, in Israël slechs 14 gezinnen in Israël zouden leven, die zouden behoren, tot de tien verloren stammen van Israël.

Verder dacht ik, dat het wel bekend is hoeveel Joden er in de wereld zijn; hun aantallen zijn bekend, en worden nauwkeurig bijgehouden.

Van geheel Israël, dus de tien stammen, of beter gezegd, de tien “verlorenstammen van het huis Israël is niets bekend. En toch spreekt God door de profeet Hosea, over de kinderen van Juda die terug zullen keren, samen met de kinderen Israël. En over de kinderen Israëls zegt Hosea, dat zij talrijk zullen zijn als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is.

Dan denk ik nog verder terug, aan wat God Abraham had beloofd. Zijn nazaten zullen talrijk zijn als het zand der zee. (Gen. 22 : 15-19)

Bij dit alles, was ik mij ervan bewust, dat alles wat met het volk Israël te maken heeft, gebeurt onder leiding en regie van God.

Hoe wordt het nu duidelijk wie tot de verloren stammen behoren en wanneer zal dat gebeuren.

Het hoe, zou kunnen gebeuren, zoals God dat bij mij duidelijk heeft gemaakt.

En het wanneer kunnen we lezen in Jer. 3 : 17 + 18.

Jer. 3:17 Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon des Heren, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de naam des Heren te Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boos hart.

Jer. 3:18 In die dagen zal het huis van Juda naar het huis van Israël gaan, en zij zullen tezamen uit het Noorderland komen naar het land dat Ik aan uw vaderen ten erfdeel gegeven heb.

Wanneer zal dit geschiedde, wat hierboven staat?
En in Eze. 28 : 24 – 26 staat;
24 Maar het huis Israëls zal geen wondende doorn  noch pijn doende distel meer hebben onder alle omwonenden die hen verachten. En zij zullen weten, dat Ik de Here Here ben.

25 Zo zegt de Here Here: Als Ik het huis Israëls bijeen verzamel uit de natiën, in wier land zij verstrooid zijn, dan zal Ik Mij ten aanschouwen van de volken aan hen de Heilige betonen, en zij zullen wonen in hun land, dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb.
26 Zij zullen daar veilig wonen (duizend jarig vrederijk) en huizen bouwen en wijngaarden planten; ja veilig zullen zij wonen, terwijl Ik gerichten voltrek aan allen uit hun omgeving, die hen veracht hebben. En zij zullen weten, dat Ik, de Here, hun God ben.

In Jes. 10 : 20 – 23 staat;
Jes. 10 : 20 En het zal te dien dage geschieden, dat de rest van Israël en wat van Jakobs huis ontkomen is, niet langer zullen steunen op hem die ze sloeg, maar in waarheid steunen zullen op de Here, de Heilige Israëls.

Jes. 10 : 21 Een rest zal zich bekeren, de rest van Jakob, tot de sterke God.
22 Want, al ware uw volk, o Israël, als het zand der zee, een rest daaronder zal zich bekeren; verdelging is vast besloten, overvloeiende van gerechtigheid.
Jes. 10 : 22 Ja, een verdelging die vast besloten is, voltrekt de Here, de Here der heerscharen, in het midden van de ganse aarde.

En in Jes. 11 : 11 –14 staat;

Jes. 11:11 En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, Ethiopië, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee.
Jes. 11:12 En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de viereinden der aarde.
Jes.11:13 Dan zal de afgunst van Efraïm verdwijnen en zij die Juda benauwen, zullen uitgeroeid worden; Efraïm zal niet afgunstig zijn op Juda en Juda zal Efraïm niet benauwen.

Jes. 11:14 Westwaarts zullen zij de Filistijnen op de schouder vliegen, samen zullen zij de stammen van het Oosten plunderen; naar Edom en Moab zullen zij hun hand uitstrekken en de Ammonieten zullen hun onderhorig zijn.

 Hier wordt gesproken over de dochters van Juda. Het is heel wonderlijk dat in de tijd van Jesaja gesproken wordt over de dochters van Juda.

Heden ten dagen worden uitsluitend kinderen van een Joodse moeder, door de Israëliërs als Joods wordt erkend.