Druk op enter om de resultaten te tonen of ESC om te annuleren.

Genade

Ook dit geschrift is in bewerking.

Genade
Toen het volk, Mozes onder druk zette, om voor water te zorgen, (Numeri 20:2-13) sloeg Mozes  tweemaal op de rots, en er kwam veel water uit. Alleen hij had daarbij niet geheel juist gehandeld, en mocht daardoor niet het beloofde land binnen gaan.
Wat wil deze beslissing van de Heer, ons zeggen?
Dat ons vlees, (lichaam en ziel) niet in staat is om te voldoen aan de eisen van God, en dat we alleen uit genade, het beloofde land kunnen binnen gaan.

 

Door GENADE komen wij in de hemel.
(En dus niet door goede werken, of het houden van de geboden.)

 

zie het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.  – Joh. 1 : 29

Het eerste wat mensen denken, als ze horen dat je christen geworden bent, dat je dan niets meer mag.
Je bent je vrijheid kwijt. Je mag niet meer doen waar je zin in hebt.
Je wordt in een strak keurslijf van regels en geboden geperst.

Voor heel veel christenen is dat ook zo.
Ze proberen iedere dag weer een goed mens te zijn, en volgens de regels van God te leven. Lukt hen dat niet, dan voelen ze zich schuldig en proberen nog harder zich aan de geboden en regels van God te houden.
Ze weten wel, dat Jezus de schuld van hun zonden op zich heeft genomen, maar worden geheel verkrampt, als ze merken, dat ze zelfs na hun bekering, de waterdoop en de doop met de Heilige Geest, niet vrij zijn van de macht van de zonden.

Ook ik behoorde tot die groep christenen, ik had het zo geleerd, in mijn jeugd, totdat ik in 1987 een preek hoorde van Bob de Jong, en die preek ging over heiliging.
Ik was niet aanwezig geweest, bij deze samenkomst, en kreeg een bandopname van deze preek van een kennis, met de opmerking, dat dit iets voor mij was.
Bob, legde op deze band uit, dat mensen die zelf de wet proberen te houden, te vergelijken zijn met mensen die 1000 kg proberen op te tillen, terwijl ze eigenlijk maar 25 kg kunnen optillen.

Galaten 5 : 3;
Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij.

Ik heb de hele preek, meerdere malen afgeluisterd, maar het kwartje viel niet.

Pas begin 1997, toen ik een boek had gelezen; “Genade is een risico” begon de betekenis van de genade van God, tot me door te dringen.

Niet lang daarna sprak God tegen me; “Je mag alles doen waar je zin in hebt.”

Direct nadat de Heer dat tegen me gezegd had, had ik het gevoel, dat er een enorme last van me afviel. Ik kreeg toen iets in mijn gedachte wat ik wel zou willen doen. De Heer vroeg me toen; “waarom wil je dat”? Hij gaf mij daarna direct zelf het antwoord; “omdat je nooit liefde in je leven hebt gekregen.” Tegelijkertijd kreeg ik een beeld, van hoe het er bij mij van binnen uitzag. Ik zag een honingraad, waarvan de cellen leeg waren. De Heer vroeg me toen, mag ik ze vullen met Mijn liefde? Ik stemde daarmee in, en ik werd gevuld met zijn levende water, waar je geen dorst meer van krijgt, en ik was vrij.

Ik ervoer in dit gesprek met de Heer, zoveel genade, zoveel liefde, zoveel begrip en Hij was zo gewoon. Hij stond naast me, en loste mijn probleem op!

Daardoor begreep ik later de betekenis van Joh. 8 : 31-36 en begreep, dat ik alleen met behulp van Jezus, vrij kon worden, van de macht van de zonde, en nooit uit eigen kracht.

Joh. 8:31-36
31 
Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij
32 en gij zult de waarheid verstaan (begrijpen), en de waarheid zal u vrijmaken.
33 Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt Gij dan: gij zult vrij worden?
34 Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde.
35 En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de zoon blijft er eeuwig.
36 Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.

Teksten;

Math. 1 : 21, Math. 6 : 17, Genezing van zonde – Jak. 5 : 16, Math. 25 : 35, de rechtvaardige, Luc. 1 : 77 genezing van zonde, 1 Joh. 1 : 29, Rom. 4 : 5 + 8,

Rom. 11 : 27, Rom. 14 : 23b, Hebr. 9 : 7 e.v. o.a. 15, en 22, Hebr. 10 : 4 + 10 > Joh. 1 : 29b, Hebr. 10 : 15-17 > Jer. 31 : 33- 34, Hebr. 10 : 22b >Gen. 1: 17 +

Gen. 3 : 6,

Math. 1 : 21,

21 Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden.

Math. 7 : 1-5,
1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt;
2 want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden.
3 Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet?
4 Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is?
5 Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen.

Genezing van zonde,
Jak. 5 : 16, 16 Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing (van de macht van de zonde) ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.
Math. 25 : 37 de rechtvaardige,
37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven?

Luc. 1 : 77, genezing van zonde,
77 om aan zijn volk te geven kennis van heil (genezing) in de vergeving hunner (van hun) zonden,

1 Joh. 1 : 9+10,
9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
10 Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet.
Rom. 4 : 5 + 8,
5 Hem echter, die niet werkt, maar zijn geloof vestigt op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid,
8 Zalig de man, wiens zonde de Here geenszins zal toerekenen.

Rom. 11 : 27, 26 en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.
27 En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.

Rom. 14 : 23b,  En al wat niet uit geloof is, is zonde.

Hebr. 9 : 6, e.v. o.a. 15, en 22,
6 Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, 7 maar in de tweede alleen de hogepriester, éénmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven.
8 Daarmede gaf de Heilige Geest te kennen, dat de weg naar het heiligdom nog niet openlag, zolang de eerste tent nog bestond.

Hebr. 9 : 13, 14, en 15,
13 Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden,
14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?
15 En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.

Hebr. 9 : 22,
22 En nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.

Hebr. 10 : 4  > Joh. 1 : 29b, 4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.

Joh. 1 : 29b Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.

Hebr. 10 : 15 – 17 > Jer. 31 : 33 – 34,
15 En ook de Heilige Geest geeft ons daarvan getuigenis,
16 want nadat Hij gezegd had: Dit is het verbond, waarmede Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Here: Ik zal mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven,
17 en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken.

Jer. 31 : 33 + 34,
33 Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
34 Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot degrootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.

Hebr. 10 : 22b > Gen. 1 : 17 + Gen. 3 : 6, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water.

Gen. 1 : 17, en Gen. 3 : 6,
17 Maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
6 En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at.