Druk op enter om de resultaten te tonen of ESC om te annuleren.

De gemeente

De Gemeente, lichaam van Christus,
in het teken van de vijfvoudige bediening.

De Gemeente.
De Gemeente bestaal uit mensen, die voor Jezus hebben gekozen.
Deze mensen groeien bij het samen komen en worden gevoed door woorden, die uit de mond van God komen.
Deze woorden komen. via de vijfvoudige bediening. via de oudsten in de gemeente.
De gemeente is het lichaam van Christus. De vijfvoudige bediening bestaat uit; Apostelen, Profeten, Leraren, Herders en Evangelisten.

Zie voor verdere uitleg, over het functioneren van de gemeente, aan het einde van hoofdstuk 3.

 

Hoofdstuk 1.

Het zal midden jaren 80 zijn geweest, dat ik deel nam aan een conferentie in de bron te Dalfsen. Het was een conferentie van meerdere dagen, en ik was intern. Het was een conferentie van Matie Haaijer.

Het was ook in die tijd dat ik veel had nagedacht over de vijfvoudige bediening. Enige tijd daarvoor was ik ingezegend, als evangelist in een gemeente te Almelo. Ik vroeg mij af wat Gods bedoeling was, en hoe ook de andere bedieningen zich verhouden tot de gemeente.

Ik weet niet of het verplicht was of dat ik mij vrijwillig had opgegeven, maar in ieder geval, was ik op een dag bezig, om tijdens de maaltijd, de tafels te bedienen van voedsel, samen met anderen.

Er waren vele tafels in de zaal, en per tafel zaten ca. 20 personen.
Het was zo georganiseerd dat de een met aardappels langs de tafels liep en deze per tafel uitdeelde, en de andere met groenten, en de volgende met vlees, en zo verder. ( soep en nagerecht )
Terwijl ik dus met een aantal anderen langs de tafels ging met één bepaald deel van de maaltijd, sprak de Heer tot mij, en zei; dit is nu de vijfvoudige bediening.

*Ik zei; wat bedoelt u Heer?

De Heer toonde mij dat de tafels, de (plaatselijke) gemeente(n) voorstelde, en dat de mensen die met de wagens met eten rondliepen, dat deze mensen, de vijfvoudige bediening voorstelde.

Verder liet God mij zien, dat de keuken, de plaats voorstelde, waar het eten door God werd bereid. Het enige wat de dienstknechten van God gevraagd werd, was het reeds bereide voedsel in ontvangst te nemen en dit te brengen, naar de mensen, die het voedsel nodig hadden.

Het voedsel werd aan het begin van iedere tafel gezet, met de bedoeling dat ieder een portie nam, en dat dan de schaal zou worden doorgeven, zodat de andere ook konden eten.

Alleen dat gebeurde niet altijd. Het gebeurde soms, dat de eersten geen rekening hielden dat de andere ook nog wilden eten, en dus zo veel opschepten dat er voor anderen geen voedsel over was.

Ook gebeurde het dat iemand speciaal voedsel nodig had.
Als dit van tevoren was opgegeven dan kwam dat ook wel goed.

Soms waren er kinderen bij of baby’s en dan kwam er weer ander voedsel.

Het deed mij erg denken aan wat in de bijbel stond over dit onderwerp, waarbij ieder in de diverse stadia van zijn geestelijk leven, ander voedsel nodig had.

1 Kor. 3 : 2,

Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel,
want dat kondt (kon) gij nog niet verdragen.
Ja dat kunt gij ook nu (nog) niet, want gij zijt nog vleselijk.

Zie ook Hebr. 6 : 1-3. zie ook Matt. 24:45,46.47.

Er kwam bij mij op, dat er iemand op moest toe zien, dat ieder het juiste voedsel kreeg, en dat ieder voldoende voedsel kreeg, zodat de een niet teveel kreeg en de ander te weinig.

Ik begreep toen, dat die persoon aan tafel zat en namens de groep er op moest toe zien dat dit ook zo zou verlopen, en ik begreep, dat dit de taak van de oudsten is.

Ook kwam bij mij op dat de oudsten er op moesten toe zien, of het voedsel echt uit de goede keuken kwam, en dat er niet een verkeerde dienstknecht tussen zou zitten, die bijvoorbeeld bedorven voedsel of het verkeerde voedsel zou serveren.

Zo kwam bij mij op, dat de oudste een belangrijke taak had. de groep aan tafel te beschermen tegen bedorven voedsel.
maar ook moest toezien dat iedereen voldoende te eten kreeg en dat ook het juiste voedsel werd gebracht.

Verder zag ik ook de mate van dienstbaarheid. Degene die de wagens met eten rondbrachten, moesten wachten met zelf te eten, totdat iedereen voorzien was van het voedsel, wat in de keuken voor hen bereid was.
Luc. 17:7-9. 

Luc. 22 : 27
Want wie is de eerste, die aanligt, of die dient? Is het niet die aanligt? Maar ik (Jezus) ben in u midden als dienaar.

Degene die aan tafel de zaken regelde, moest er op toezien dat alles zo verliep, dat iedereen het juiste voedsel kreeg. Ook hij was dus dienend bezig, en stelde zijn moment van eten uit, totdat voor alles en iedereen aan zijn tafel was gezorgd.

Voor dat deze zaken zo geregeld waren, viel het mij op, dat de mensen het liefst aan tafel wilden zitten, om het eten te ontvangen, en dat het altijd weer moeite kostte, om de mensen te vinden, die wilden bedienen. Het kwam bij mij op, dat wij liever bediend willen worden, dan te dienen.

Deze les in hoe God de gemeente ziet, ben ik daarna nooit meer vergeten

                                                  ######

Ik geloof dat het in de jaren einde jaren 90 was, dat ik thuis aan het nadenken was over de gemeente en wel in aantallen mensen. Ik dacht, dat de gemeente altijd uit veel mensen moest bestaan. Plotseling zei de Heer tegen mij: “Ik ben jouw Hoofd en jij bent mijn lichaam”. Het voelde goed, en de Heer was daardoor heel dichtbij. Ik verbleef zo een tijdje in zijn aanwezigheid en zijn warmte. Ik wist dat het waar was wat de Heer tegen me zei, en tegelijkertijd wist ik dat er meer was wat de Heer me wilde vertellen. We kennen de tekst vanuit de woorden van Jezus, waar hij zegt waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, ben ik in hun midden (Math.18 : 20). Ik begreep nu ook, dat de Heer daarmee bedoelde, dat de kleinste vorm van de gemeente bestond uit twee of drie mensen. Ik voerde in die tijd veel gesprekken per telefoon, waar ook soms voor gebed werd gevraagd, door mij of de beller. En vaak dacht ik dan, we zijn met zijn tweeën en de Heer is in ons midden.

  • Verder las ik met andere ogen (van mijn hart) de tekst in Johannes 21 : 1 – 22 Daar waren bijeen Simon Petrus, Tomas, genaamd Didymus, Natanael van Kana in Galilea, de zonen van Zebedeus (Johannes en Jakobus) en nog twee van zijn discipelen. Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen.
    Zij zeiden tot hem: Wij gaan met u mede. Zij vertrokken en gingen scheep, en in die nacht vingen zij niets. Toen het reeds morgen werd, stond Jezus aan de oever; de discipelen wisten echter niet, dat het Jezus was.  Jezus zeide tot hen: Kinderen, hebt gij ook enige toespijs?
    Zij antwoordden Hem: Neen. Hij nu zeide tot hen: Werpt uw net uit aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden. Zij wierpen het (net) uit en konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen. 7  Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Here. Simon Petrus dan, toen hij hoorde, dat het de Here was, sloeg zijn opperkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in zee; maar de andere discipelen kwamen met het schip, want zij waren niet ver van het land, slechts ongeveer tweehonderd el, en zij sleepten het net met de vissen. Toen zij dan aan land gekomen waren, zagen zij een kolenvuur liggen en vis daarop en brood.  Jezus zeide tot hen: Brengt van de vissen, die gij thans gevangen hebt. Simon Petrus ging aan boord en sleepte het net aan land, vol grote vissen, honderd drie en vijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.Het zal voor een ieder wel duidelijk zijn, dat ook deze visvangst iets te zeggen heeft over de gemeente. (zie ook Matth. 4 : 19, Marc.1 : 17) De gevangen vissen werden geteld, en Simon en de andere telden HONDERD DRIEENVIJFTIG grote vissen, en het net scheurde bij dit aantal grote vissen, net niet. Wat wil de Heer met dit schriftgedeelte zeggen?  De Heer maakte mij duidelijk, dat een gemeente (gezin/lichaam van God) niet groter moest zijn dan 153 volwassen (grote vissen) personen.Doch uit dit verhaal blijkt ook, dat het beter is dat een gemeente uit minder dan 153 personen bestaat. De Heer leidde me toen naar;  Hand. 1 : 15; En in die dagen stond Petrus op onder de broeders- en er was een groep van ongeveer honderd twintig personen bijeen – en hij sprak: Het maximale aantal mensen in een gemeente is 153 volwassenen, en een comfortabel aantal mensen in een gemeente waar de oudsten nog zonder stress voor kunnen zorgen, is maximaal ongeveer 120 volwassenen.  (0,8 x 153 = 122) (Een motor loopt het langst, als het niet continue maximaal belast wordt, maar op 80 %)
  • Denk hierbij aan wat de Heer me toonde in de conferentie van Matie Haaijer waar de Heer me liet zien hoe de vijfvoudige bediening werkte, maar ook hoe de gemeente daarbij functioneerde. De oudste zorgt voor het gezin van God, en zorgt dat iedereen het juiste voedsel krijgt en ook de juiste hoeveelheid. Verder hebben de oudsten de taak, zoals ieder ouder dat heeft, dat het kind gezond opgroeit en wordt geleid in de taak, die God voor hem of voor haar heeft. Dus leiden naar volwassenheid en bemoedigen in de gaven (van de Heilige Geest) die God voor een ieder heeft.