Druk op enter om de resultaten te tonen of ESC om te annuleren.

Bloed van Christus

Bloed van Christus.

deel 1

Op een dag, zei de Heer tegen mij; Lees in de vier evangeliën, Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes, het gedeelte van Getsemane tot Golgota. (Golgota, is de zogenaamde Schedelplaats)

Ik wist, dat de Heer me iets wilde duidelijk maken.

Ik wist ook, dat het te maken had met wat Jezus daar “bewerkt” (bereikt ) had, en dat het te maken had met het bloed van Christus.

Ook had het te maken met de woorden; “Door zijn striemen, zijn wij genezen.”

Ik begon dus te lezen in Mattheus 26:16-46 (NBG vertaling)

Getsemane

Toen ging Jezus met hen naar een plaats, genaamd Getsemane, en Hij zei tot de de discipelen; Zet u hier neder, (ga hier zitten) terwijl Ik (daar) heenga om daar te bidden.

En hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs (Johannes en Jakobus) mede en Hij begon bedroeft en beangst te worden. Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt met Mij.

En hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggende;

Mijn vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.

En Hij kwam bij zijn discipelen en vond hen slapende, en Hij zei tot Petrus: Waart gijlieden zo weinig bij machte één uur met mij te waken?

Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

Wederom, ten tweede malen, ging Hij heen en bad, zeggende: Mijn Vader, indien deze beker niet kan voorbijgaan, tenzij dan dat ik die drinken, uw wil geschiede.

En toen Hij terugkwam, vond Hij hen slapende, want hun ogen waren bezwaard.

En hij liet hen daar en ging wederom heen en bad ten derden male, opnieuw dezelfde woorden sprekende.

Toen kwam Hij bij de discipelen en zeide tot hen: Slaapt nu maar en rust, Zie de ure is nabijgekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaren.

Staat op, laten wij gaan. Zie, die Mij overlevert, is nabij.

Vervolg 1

Marcus 14:32-42

en zij gingen naar een plaats, genaamd Getsemane, en Hij zei tot zijn discipelen; Zet u hier neder, (ga hier maar zitten) terwijl ik bid. En Hij nam Petrus en Jakobus en Johannes mede.

En Hij begon zeer ontsteld en bang (beangst) te worden, en Hij zeide (zei) tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt. En hij ging een weinig verder, en Hij wierp Zich ter aarde en bad, dat, indien het mogelijk waren, die ure aan Hem zou voorbijgaan; en Hij zeide: Abba, vader, alles is U mogelijk, neem deze beker van Mij weg. Doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.

En Hij kwam en vond hen slapende, en Hij zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij?

Waart gij niet bij machte één uur te waken? Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt, de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

En wederom ging Hij heen en bad dezelfde woorden sprekende. En toen Hij terug kwam, vond Hij hen slapende, want hun ogen waren zeer bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem zouden antwoorden.

En Hij kwam ten derde male en zeide tot hen; Slaapt nu maar en rust. Het is genoeg. De ure is gekomen, zie, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

Staat op, laten wij gaan. Zie die Mij overlevert, is nabij.

Vervolg 2

Getsemane: Lucas 22:19-46

En Hij verliet de stad en ging, zoals Hij gewoon was, naar de olijfberg.

En zijn discipelen volgden Hem.
En toen Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen; Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.

En hij zonderde zich van hen af, ongeveer een steenworp ver, knielde neder en bad deze woorden; Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg, doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede! En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven. En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.

En Hij stond op van het gebed en ging tot zijn discipelen en Hij vond hen slapende van droefheid.
En Hij zeide tot hen, waarom slaapt gij?
Waakt en bid, dat gij niet in verzoeking komt.

vervolg 3

Het zal duidelijk zijn, dat het hier gaat om de wil.
* In het gebed, dat Jezus zijn discipelen leerde, “het onze Vader”, gaat het ook om de wil. “Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde”.
Zie Matt 6:9-13.

Bij de schepping heeft God er voor gekozen, om de mens een vrije wil te gegeven. Daarmee nam God een geweldig risico. Daarmede kon de mens ook tegen God kiezen. Dat is dan ook gebeurt.

Adam en Eva, kozen ervoor, met hun vrije wil tegen God te kiezen. Ze geloofde de leugens van de boze, en waren daarmee ongehoorzaam aan de liefdevolle aanwijzing van God, namelijk om niet te eten van de boom van goed en kwaad.

Eén uur streed Jezus met zijn vlees. Hij vroeg zijn discipelen om mee te strijden, maar die vielen in slaap.
(Marc. 14:37 Waart gij niet bij machte één uur te waken?)

Maar Hij kreeg hulp van boven:
En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven.
En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger.

  • 1  En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen. (Luc. 22:44)

Uiteindelijk, onderwierp zijn vlees zich aan de wil van God.

Daarmee, kwam de weg vrij, om ook onze wil te onderwerpen aan de wil van God

vervolg 4

Marc. 15:15
Pilatus oordeelde het geraden de schare haar zin te geven en hij liet hun daarom los en gaf Jezus,

  • na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden. (Marc.15:15)

De bespotting. Marc. 15:16-21.
De soldaten nu leidden Hem weg tot binnen het hof, dat is het gerechtsgebouw, en riepen de gehele afdeling bijeen. En zij trokken Hem een purperen kleed aan

  • en zetten Hem een kroon op, die zij van doornen gevlochten hadden. (Marc. 15:17)

De kruisiging (Marc. 15:22-32)
En zij brachten Hem op de plaats Golgotha, hetgeen betekent Schedelplaats. En zij gaven Hem wijn, met mirre gemengd, doch Hij nam die niet.

  • En zij kruisigden Hem en verdeelden zijn klederen door het lot te werpen, wat ieder ervan krijgen zou.

Het sterven van Jezus. (Marc. 15:33-41)
En toen het zesde uur (dat is 12.00 uur) aangebroken was kwam er duisternis over het gehele land tot het negende uur (dat is 15.00/drie uur)
En op het negende uur riep Jezus met luider stem: Eloi, Eloi, lama sabachtani, hetgeen betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?

En Jezus slaakte een een luide kreet en gaf de geest.

En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën van boven tot beneden.

Vervolg 5

Er zijn dus vier gebeurtenissen, waar Jezus bloed gevloeid heeft, waarvan het geselen van Jezus de bekendste is, buiten de nog bekendere gebeurtenis, de kruisiging.

En iedere gebeurtenis heeft zijn betekenis.

4de En zij kruisigde Hem..
Joh. 1:29 Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Door onschuldig, te sterven aan het kruis, werd Hij het lam, dat de zonde der wereld wegnam.  Daardoor kwam de weg vrij. voor ons, om met onze Hemelse vader te praten, aangegeven door het scheuren van het voorhangsel van de tempel, van boven naar beneden. Het  voorhangsel, is een gordijn, wat zich tussen het heiligen en het heiligen der heiligen bevond.

3de en zetten Hem een kroon op, die zij van doornen gevlochten hadden.

De Heer leidde me naar Genesis 3:16-19.
(Staten vertaling)
16 tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.

17  Tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.

Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten.
In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.

vervolg 6

Het bracht me op de gedachte, dat het bloed van de doornen kroon, de vloek van Adam weg nam, en daarmee ook de vloek van Eva. Dat betekent, dat de vrouw, niet langer met pijn kinderen zal baren en dat ook dit gedeelte werd opgeheven; “tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben”.  Voor de man, betekend dit dat hij niet meer hoeft te zwoegen, om zijn dagelijks brood te verdienen.

Toen ik deze waarheid ontdekte, werkte ik 70 uur per week. Ik bad toen het volgende gebed; ik verbreek de vloek van Adam op mij; in de naam van  Jezus, op grond van  het bloed van de doornen kroon.

Niet lang daarna deelde ik mijn werk zo in, dat ik in de helft van de tijd, dezelfde resultaten boekte.
Ook voor vrouwen in verwachting, mocht ik bidden en deze bevielen zonder pijn.
Het gebed ging dan aldus; Ik verbreek de vloek van Eva, op “Evelien”, (of een andere naam), in de naam van Jezus, op grond van het bloed van de doornen kroon.

Later begreep ik, dat het bloed van de doornen kroon, niet alleen, de vloek over Adam en Eva wegnam, maar ook kon worden ingezet voor andere vloeken, zoals in Deut. 11:26,27 (vloek en zegen, Israël) wordt aangegeven en Matth. 11:21-24  (vloek over steden; Chorazin, Betsaïda en Kapernaüm.) In 2013 ben Ik speciaal met dit doel naar Israël gereisd en en heb staande op de plek waar Kapernaùm was geweest, vergiffenis gevraagd voor het ongeloof,  van bovenstaande drie steden, en de vloek verbroken.

Vervolg 7

1 Petr. 2:24. :die zelf (Jezus) onze zonden in Zijn lichaam op het hout  gebracht heeft; opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven, en door zijn striemen zijt gij genezen.

Jes. 53:4
Nochtans, onze ziekten heeft Hij op zich genomen, en onze smarten gedragen, wij hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.
Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld., de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.

vervolg

Joh. 19;1-7   Zie, de mens
1 Toen nam dan Jezus en liet Hem geselen.
2 En de soldaten vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd en deden Hem een purperen kleed om,
3 en zij traden op Hem toe en zeiden: Gegroet, Koning der Joden! En zij gaven Hem slagen in het gelaat.

wordt vervolgt.

Joh. 18:19-23.
19 De hogepriester dan vroeg Jezus naar zijn discipelen en naar zijn leer.
20 Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit tot de wereld gesproken; Ik heb voortdurend in de synagoge geleerd en in de tempel, waar al de Joden bijeenkomen, en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
21 Waarom vraagt gij Mij? Vraag hun, die gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb. 22 En toen Hij dit zeide, gaf een van de dienaars, die erbij stond, Jezus een slag in het gelaat en zeide: Antwoordt Gij zó de hogepriester?
23 Jezus antwoordde hem: Indien Ik verkeerd gesproken heb, geef aan wat verkeerd was, maar indien het goed was, waarom slaat gij Mij?

Respect. 

Wat werd hier door het lijden van Jezus bewerkt.

De slaaf van de hoge priester, vond dat Jezus niet respectvol met de hoge priester omging. Hij was te brutaal in de ogen van de slaaf. Hij liet dat merken door Jezus een klap in het gezicht te geven.

De soldaten, zagen Jezus als een zielenpoot, en dat lieten ze merken, door Jezus in zijn gezicht te slaan.
Ze zagen Jezus als hun speeltje, waar ze alles mee konden doen.
In beide gevallen is het duidelijk, dat er geen respect was voor Jezus.

Wordt vervolgt;

Door de slag in het gezicht van Jezus, kunnen we genezen worden van het gebrek aan respect.

######

Hieronder nog de geschiedenis, van het lijden van Jezus, opgetekend door Johannes.

 * Joh. 18:1-40

1 Na dit gezegd te hebben, ging Jezus met zijn discipelen naar de overzijde van de beek Kidron, waar een hof was, die Hij met zijn discipelen binnenging.
2 En ook Judas, zijn verrader, wist die plaats, omdat Jezus daar dikwijls was samengekomen met zijn discipelen.
3 Judas dan kwam daar, die een afdeling soldaten tot zijn beschikking had gekregen en dienaars van de overpriesters en de Farizeeën, voorzien van lantaarns, fakkels en wapenen.
4 Jezus dan, alles wetende, wat over Hem komen zou, kwam naar voren en zeide tot hen: Wie zoekt gij?
5 Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazoreeër. Hij zeide tot hen: Ik ben het. En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen.
6 Toen Hij dan tot hen zeide: Ik ben het, deinsden zij terug en vielen ter aarde.
7 Wederom dan stelde Hij hun de vraag: Wie zoekt gij? En zij zeiden: Jezus, de Nazoreeër. 8 Jezus antwoordde: Ik zeide u, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan;
9 opdat het woord vervuld werd, dat Hij gesproken had: Wie Gij Mij gegeven hebt, uit hen heb Ik niemand laten verloren gaan.
10 Simon Petrus dan, die een zwaard had, trok het, en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het rechteroor af; de naam nu van de slaaf was Malchus.
11 Jezus dan zeide tot Petrus: Steek het zwaard in de schede; de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?

Jezus voor Annas – De verloochening door Petrus
12 De afdeling soldaten dan en de overste en de dienaars der Joden namen Jezus gevangen, boeiden Hem,
13 en brachten Hem eerst voor Annas, want hij was de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was;
14 en Kajafas was het, die de Joden de raad had gegeven: Het is nuttig, dat één mens sterft ten behoeve van het volk.
15 En Simon Petrus en een andere discipel volgden Jezus. En die discipel was een bekende van de hogepriester en hij ging met Jezus het paleis van de hogepriester binnen,
16 maar Petrus stond buiten aan de poort. De andere discipel dan, de bekende van de hogepriester, kwam naar buiten, en hij sprak met de portierster en bracht Petrus binnen. 17 De slavin dan, die portierster was, zeide tot Petrus: Gij behoort toch ook niet tot de discipelen van deze mens? Hij zeide: Ik niet!
18De slaven en de dienaars stonden zich te warmen bij een kolenvuur, dat zij aangelegd hadden, want het was koud, en ook Petrus stond zich bij hen te warmen.
19 De hogepriester dan vroeg Jezus naar zijn discipelen en naar zijn leer.
20 Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit tot de wereld gesproken; Ik heb voortdurend in de synagoge geleerd en in de tempel, waar al de Joden bijeenkomen, en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
21Waarom vraagt gij Mij? Vraag hun, die gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.
22 En toen Hij dit zeide, gaf een van de dienaars, die erbij stond, Jezus een slag in het gelaat en zeide: Antwoordt Gij zó de hogepriester?
23 Jezus antwoordde hem: Indien Ik verkeerd gesproken heb, geef aan wat verkeerd was, maar indien het goed was, waarom slaat gij Mij?
24 Annas dan zond Hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
25 En Simon Petrus stond zich te warmen. Zij zeiden dan tot hem: Gij behoort toch ook niet tot zijn discipelen? Hij ontkende het en zeide: Ik niet!
26 Een der slaven van de hogepriester, een verwant van hem, wiens oor Petrus had afgeslagen, zeide: Zag ik u niet in de hof met Hem?
27 Petrus dan ontkende het wederom en terstond daarop kraaide een haan.

Jezus voor Pilatus

28 Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het gerechtsgebouw. En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten.
29 Pilatus dan kwam tot hen naar buiten en zeide: Welke aanklacht brengt gij tegen deze mens in?
30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Hij geen boosdoener was, zouden wij Hem niet aan u overleveren!
31 Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand ter dood te brengen;
32 opdat het woord van Jezus vervuld werd, dat Hij gezegd had, aanduidende, welke dood Hij sterven zou.
33 Pilatus dan keerde terug in het gerechtsgebouw en riep Jezus en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden?
34 Jezus antwoordde: Zegt gij dit uit uzelf of hebben anderen u over Mij gesproken?
35 Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan?
36 Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.
37 Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem. 38 Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En na dit gezegd te hebben, kwam hij weder naar buiten tot de Joden en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.

Jezus of Barabbas

39 Maar bij u bestaat het gebruik, dat ik u op Pascha iemand loslaat: wilt gij dan, dat ik u de Koning der Joden loslaat?
40 Zij schreeuwden dan wederom en zeiden: Hem niet, maar Barabbas! En Barabbas was een rover.

Hebr. 9 : 6, e.v. o.a. 15, en 22,
6 Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent,7 maar in de tweede alleen de hogepriester, éénmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk inonwetendheid bedreven.
8 Daarmede gaf de Heilige Geest te kennen, dat de weg naar het heiligdom nog niet openlag, zolang de eerste tent nog bestond.

 

Hebr. 9 : 13, 14, en 15,
13 Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden,
14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?
15 En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.

Hebr. 9 : 22, En nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.